In de periodieke veiligheidsrapportages is in
zeldzame gevallen een gebrek aan werkzaamheid
gerapporteerd (> 0,01 % tot < 0,1 %). Om het risico
op een gebrek aan werkzaamheid te verminderen,
vermijd het gebruik van Alizin tot na het einde van
de oestrus en vermijd een nieuwe dekking voor het
einde van de oestrus.
Bij teven waarbij de dracht is bevestigd, werd een
gedeeltelijke
abortus
waargenomen bij 5 % van de gevallen tijdens
veldonderzoek. Een grondig klinisch onderzoek wordt
altijd aanbevolen om te bevestigen dat de
uterusinhoud
volledig is verdwenen. Dit onderzoek kan het beste
via echografisch onderzoek worden uitgevoerd. Dit
onderzoek dient 10 dagen na de behandeling en
uiterlijk 30 dagen na de dekking plaats te vinden.
In geval van gedeeltelijke
abortus
of als geen
abortus
plaatsvindt, wordt aanbevolen het product 10 dagen
na de behandeling opnieuw toe te dienen, tussen dag
30 en dag 45 na de dekking. Ook een operatie dient
te worden overwogen.
Aangezien
er geen gegevens beschikbaar zijn, dient het product
zorgvuldig gebruikt te worden bij honden met
chronische ziekten veroorzaakt door
luchtwegobstructie en/of hart- en vaatziekten, met
name bacteriële
endocarditis.
50 % van de teven worden niet drachtig na een
dekking. De mogelijkheid dat een teef onnodig wordt
behandeld, dient daarom in overweging te worden
genomen tijdens de evaluatie van de voor- en nadelen
van dit product. Teven die ondanks de behandeling
drachtig blijven, moeten in de gaten worden
gehouden, aangezien een risico bestaat voor de
levensvatbaarheid van de puppies. Mogelijke lange
termijn effecten van de behandeling zijn niet
onderzocht.
Aan eigenaren dient te
worden geadviseerd hun dierenarts te raadplegen
indien hun hond de volgende symptomen vertoont na de
behandeling met dit product:
-
purulente of haemorrhagische vaginale
uitscheiding.
- verlengde vaginale uitscheiding gedurende meer dan
3 weken.
Speciale
voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het
geneesmiddel aan de dieren toedient
Non-steroïden worden bij mensen gebruikt om
abortus te induceren. Een accidentele injectie kan
bijzonder gevaarlijk zijn voor vrouwen die zwanger
zijn, willen worden of niet weten of ze zwanger
zijn. De dierenarts dient ervoor te zorgen dat noch
hij/zij noch de persoon die de hond vasthoudt het
product per ongeluk krijgt ingespoten. Zwangere
vrouwen dienen dit product voorzichtig toe te
dienen. Dit is een product op basis van olie die
lokale aanhoudende reacties kan veroorzaken op de
injectieplaats. In geval van accidentele injectie,
dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd
en de bijsluiter of het etiket te worden getoond.
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd, dienen contact
met dit diergeneesmiddel te vermijden of dienen
plastic wegwerphandschoenen te dragen wanneer zij
het diergeneesmiddel toedienen.
Contra-indicaties
Niet gebruiken bij honden met
lever- of nierstoornissen, bij dieren met
diabetes mellitus of bij honden met een zwakke gezondheid.
Niet gebruiken bij honden met duidelijke of latente
hypoadrenocorticisme(ziekte van Addison) of bij
honden met een genetische aanleg voor
hypoadrenocorticisme. Niet gebruiken bij honden
waarvan bekend is dat ze overgevoelig zijn voor
aglepristone of de hulpstoffen van dit
diergeneesmiddel.
Bijwerkingen
Bij teven die worden behandeld vanaf 20 dagen na
dekking, gaat de
abortus gepaard met de
fysiologische verschijnselen van het werpen: foetale
uitdrijving, vaginale uitscheiding, verminderde
eetlust, agitatie en melkklierontwikkeling.
Tijdens veldonderzoek kreeg 3,4% van de behandelde
honden een
uterusinfectie. De eerste
oestrus na
abortusinductie met dit product vindt in veel
gevallen eerder plaats (de
oestrus -
oestrusinterval
is dan 1 tot 3 maanden korter).
Bijwerkingen zoals
anorexie (25%),
agitatie (23%),
depressie (21%), braken (2%) en diarree (13%) zijn
waargenomen tijdens veldonderzoek.
Tijdens veldonderzoek veroorzaakte de toediening van
het product pijn tijdens en vlak na de injectie bij
17% van de honden en een lokale
inflammatoire
infectie op de injectieplaats bij 23% van de honden.
De omvang en intensiteit van deze reactie hing af
van de toegediende hoeveelheid.
Oedeem, huidverdikking, lokale
nodulaire
lymfeverdikking en
ulcering kunnen voorkomen. Alle
lokale reacties zijn
reversibel en zullen gewoonlijk
verdwijnen binnen 28 dagen na de injectie.
Tijdens veldonderzoek veroorzaakte de toediening van
het product
hematologische/biochemische
veranderingen bij 4,5% van de honden. Deze
veranderingen waren altijd van voorbijgaande aard en
reversibel.
De gewijzigde
hematologische
parameters waren:
neutrofilie,
neutropenie,
trombocytose, hematocriet variatie,
lymfocytose,
lymfopenie.
De gewijzigde (toegenomen) biochemische
parameters waren: ureum, creatinine, chloride,
kalium, natrium, ALT, ALP, AST.
In zeldzame gevallen (> 1/10000 en < 1/1000) is/kan
een overgevoeligheidsreactie (worden) waargenomen.
Gebruik tijdens dracht,
lactatie of leg
Niet toedienen bij drachtige teven tenzij het
gewenst is de dracht te beëindigen.
Interacties met andere
geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Aangezien geen gegevens beschikbaar zijn, kan een
interactie bestaan tussen aglepristone en
ketoconazole, itraconazole en erythromycine. Daar
aglepristone een anti-glucocorticoïde is, kan dit
product het effect verminderen van een behandeling
met glucocorticoïden. Eventuele interacties met
andere medicijnen is niet onderzocht.
Overdosering
Het toedienen van 30 mg/kg, d.w.z. 3 maal de
voorgeschreven dosering, bij teven liet geen
bijwerkingen zien, met uitzondering van lokale
ontstekingsreacties vanwege de grotere toegediende
hoeveelheid. |