Naam en adres van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen
en de fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte, indien verschillend

Registratiehouder:

Intervet Nederland B.V.
Postbus 50
5830 AB BOXMEER

Fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte:

Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35
5831 AN BOXMEER

Aard van het middel

Vaccin.

Benaming van het diergeneesmiddel

Nobivac Forcat

Gehalte aan werkzame en overige bestanddelen

Per dosis van 1 ml geresuspendeerd vaccin:

  • levend geattenueerd feline calicivirus, stam F9: minstens 4,6 log10 PFU1
  • levend geattenueerd feline herpesvirus type 1, stam G2620A: minstens 5,2 log10 PFU
  • levend geattenueerd feline panleukopenie virus, stam MW-1: minstens 4,3 log10 CCID502 
  • levend geattenueerd Chlamydophila felis, stam Baker: minstens 2,3 log10 CCID50

1 PFU: Plaque Forming Units
2 CCID50: Cell Culture Infective Dose 50%

Indicatie(s)

Actieve immunisatie van katten:

  • ter vermindering van de klinische verschijnselen veroorzaakt door infectie met feline calicivirus en feline herpesvirus type 1 (feline rhinotracheïtis virus),
  • ter vermindering van de ernst van de klinische verschijnselen veroorzaakt door infectie met Chlamydophila felis (feline Chlamydia psittaci),
  • ter preventie van klinische verschijnselen, leukopenie en virusuitscheiding veroorzaakt door infectie met feline panleukopenie virus.

Aanvang immuniteit: voor FCV en FHV: 4 weken; voor FPLV en Chlamydophila felis: 3 weken.
Immuniteitsduur: voor FCV, FHV en Chlamydophila felis: 1 jaar; voor FPLV: 3 jaar.

Contra-indicaties

Niet gebruiken tijdens dracht en lactatie, aangezien gebruik bij drachtige en lacterende poezen niet is onderzocht. Levend FPL virus kan leiden tot reproductieproblemen bij drachtige poezen en aangeboren afwijkingen bij het nageslacht.

Bijwerkingen

Een lichte, pijnlijke zwelling kan gedurende 1-2 dagen op de injectieplaats waargenomen worden.
Een lichte, voorbijgaande verhoging van de lichaamstemperatuur (tot 40oC) kan gedurende 1-2 dagen voorkomen.
In sommige gevallen kan niezen, hoesten, neusuitvloeiing en een lichte sloomheid of verminderde eetlust waargenomen worden tot 2 dagen na vaccinatie.

Indien u ernstige bijwerkingen of andersoortige reacties vaststelt die niet in deze bijsluiter worden vermeld, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis te stellen.

Diersoort(en) waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is

Kat.

Dosering en toedieningsweg(en)

Gebruik 1 ml solvens om het lyofilisaat te resuspenderen (= 1 dosis).
Dien 1 ml vaccin per dier toe via subcutane injectie.

Vaccinatieschema

Basisvaccinatie

Tweevoudige vaccinatie met één dosis met een interval van 3-4 weken. De eerste vaccinatie kan vanaf de leeftijd van 8-9 weken gegeven worden en de tweede vaccinatie vanaf de leeftijd van 12 weken.

Herhalingsvaccinatie

Enkelvoudige vaccinatie volgens onderstaand schema:

  • Jaarlijks voor feline calicivirus, feline herpesvirus en Chlamydophila felis (met Nobivac Forcat of andere vaccins met de F9, G2620 of Baker stammen, indien beschikbaar).
  • Iedere 3 jaar voor feline panleukopenie virus (met stam MW-1 zoals in Nobivac Forcat, indien beschikbaar).

Aanwijzingen voor een juiste toediening

Gebruik steriel injectiemateriaal, zonder sporen van desinfectiemiddelen.

Wachttermijn

Niet van toepassing.

Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Buiten het bereik en zicht van kinderen bewaren.

Lyofilisaat:
Bewaren in een koelkast (2-8°C). Niet invriezen. Beschermen tegen licht.

Solvens:
Bewaren beneden 25°C, indien het gescheiden van het lyofilisaat wordt bewaard. Niet invriezen.

Vaccin na reconstitutie: binnen 30 minuten gebruiken.
Niet te gebruiken na de vervaldatum vermeld op het etiket.

Speciale waarschuwingen

  • Aangezien antimicrobiële middelen de levende C. felis vaccinstam kunnen inactiveren dient tijdens vaccinatie en gedurende een periode van 2 weken daarna een systemische antimicrobiële therapie vermeden te worden.
  • Maternale antistoffen, die tot een leeftijd van 9-12 weken aanwezig kunnen zijn, kunnen het resultaat van de vaccinatie ongunstig beïnvloeden. Het is mogelijk dat vaccinatie in de aanwezigheid van maternale antistoffen de klinische verschijnselen, leukopenie en virusuitscheiding als gevolg van een FPLV infectie niet volledig kan voorkomen en de bescherming tegen een C. felis infectie kan zijn verminderd. In gevallen waar een hoog niveau maternale antistoffen wordt verwacht dient het vaccinatieschema overeenkomstig aangepast te worden.
  • Vaccineer alleen gezonde dieren.
  • De C. felis vaccinstam kan gedurende meer dan 21 dagen door gevaccineerde katten worden uitgescheiden en kan zich verspreiden naar niet-gevaccineerde dieren zonder klinische verschijnselen te veroorzaken.
  • Personen met immunodeficiëntie of personen die immunosuppressieve middelen gebruiken wordt aangeraden contact met het vaccin te vermijden. Eigenaren dienen geïnformeerd te worden dat sommige gevaccineerde katten C. felis uit kunnen scheiden.
  • In geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd, de bijsluiter of het etiket te worden getoond en de aanwezigheid van de levende Chlamydia component genoemd te worden.
  • Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient per geval een besluit te worden genomen.
  • Na een tienvoudige overdosering kan gedurende 4 tot 10 dagen een lichte, pijnlijke zwelling op de injectieplaats waargenomen worden.
  • Een lichte, voorbijgaande verhoging van de lichaamstemperatuur (tot 40,8oC) kan gedurende 1-2 dagen voorkomen.
  • In sommige gevallen kan algemeen ongemak, hoesten, niezen, voorbijgaande sloomheid en verminderde eetlust gedurende een paar dagen na vaccinatie waargenomen worden.
  • Niet vermengen met enig ander diergeneesmiddel, behalve het bijbehorende solvens.

Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen van niet-gebruikte diergeneesmiddelen of eventuele restanten hiervan

Verwijder de restanten van het middel door koken, verbranding of onderdompeling in een geschikt desinfectiemiddel, goedgekeurd voor gebruik door de bevoegde instantie.

De datum waarop de bijsluiter voor het laatst is herzien**

26 oktober 2011

Overige informatie

Registratienummer: REG NL 9868

Verpakking:
Kartonnen dozen met 5, 10, 25 of 50 enkelvoudige doses lyofilisaat en solvens.

Het solvens kan samen met het lyofilisaat of apart verpakt zijn:
Kartonnen doos met 5 doses lyofilisaat en solvens.
Kartonnen doos met 10 doses lyofilisaat en solvens.
Kartonnen doos met 25 doses lyofilisaat en solvens.
Kartonnen doos met 50 doses lyofilisaat en solvens.
Kartonnen doos met 5 doses lyofilisaat en kartonnen doos met 5 doses solvens.
Kartonnen doos met 10 doses lyofilisaat en kartonnen doos met 10 doses solvens.
Kartonnen doos met 25 doses lyofilisaat en kartonnen doos met 25 doses solvens.
Kartonnen doos met 50 doses lyofilisaat en kartonnen doos met 50 doses solvens.

Uitsluitend door dierenartsen te gebruikenHet kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.

**Datum van toevoeging van bovenstaande bijsluitertekst aan diergeneesmiddelen.info: 4 december 2014 (NB het is mogelijk dat een eventuele nieuwere versie nog niet in de collectie van diergeneesmiddelen.info is verwerkt).

Status voor gebruik bij dieren in Nederland

Uitsluitend door dierenartsen te gebruiken.